CONCEPT / RIEN

  1. Inleiding

In het najaar 2016 ontvingen dhr. Willem Kiers en dhr. René Schupp, beiden Liplg 60-3, van onze voorzitter de uitnodiging om bij ons over hun diensttijd (bij het KCT) te praten. Tevens werd ik gevraagd om het een en ander te begeleiden. René Schupp had al een reusachtige arbeid geleverd door het schrijven van ‘Mijn Levensboek’. Met de nodige informatie door René aangereikt, had Willem Kiers zijn talent gebruikt om zijn ‘Opa’s Army’ te schrijven. Minder uitgebreid en serieus dan het werk van René, maar zeker niet minder waardevol.

Zowel René als Willem zijn geboren in januari1941. Volgens Willem hebben hun ouders in maart 1940 de boodschap van toenmalig Minister-president Gerbrandy ‘U kunt rustig gaan slapen’ heel letterlijk genomen, door extra vroeg het bed in te duiken. Beiden zijn van Liplg 60-3 en via Vught doorgestroomd naar het KCT. Begin jaren zestig, dus. 

Een interessante tijd. Het Korps heeft zich net hersteld van een turbulente periode waarin het zelfs dreigde opgeheven te worden. In 1958 wordt door de 105 Cotrcie reeds geëxperimenteerd met het waarnemen en verkennen. In het tentenkamp van Liplg 60-2 wordt door de cursisten Jogchem Goettsch en Arie Siebel het ons zo bekende Commandolied gecomponeerd. Internationaal bereikt de Koude Oorlog zijn (eerste) hoogtepunt in de zogenaamde ‘Cubacrisis’ van 1962. De hele NATO, dus ook het Nederlandse leger staat paraat. In dit tijdsbeeld en in deze constellatie brengen René en Willem hun diensttijd door. Gedeeltelijk in Roosendaal en gedeeltelijk in Bergen-Hohne, Duitsland.

De lezing van beide heren levert een bijdrage aan het bewaren en levend houden van de geschiedenis en traditie van ons Korps. Persoonlijke geschiedschrijving is zeer belangrijk. Door de druppel verklaar je tenslotte de oceaan. Daarom alleen al is de inspanning van René en Willem de moeite waard om aangehoord te worden.

Willem Kiers woont momenteel in Zaandam en René Schupp in Kerkrade.

 

Foto 1

 

René:

Mijn vader schrijft op 26 oktober 1927 het volgende aan zijn zes jaar oudere broer:

Bij deze laat ik u weten dat ik nog frisch en gezond ben hetgeen ik ook van u hoop. Beste broer en schoonzuster u moet mij naar niet kwalijk nemen als dat ik lang niet meer geschreven heb. Want verder is niets nieuws te vertellen als dat de boel nog goed gaat, het is steeds knollen poetsen dat me vrek 'smorgens op de nugtere maag want u weet wel de knollen gaan voor de menschen. Verder laat ik u weten als dat wij van de week weer de rotte inspeksi hebben want dat is vervelend als u dat weten wil. Verder de groeten aan allen.

Uw broer Michel

Hij dient op dat moment als huzaar bij de Cavalerie te Breda. Mijn vader is geboren op 22 oktober 1907 te Herstal, België. Tijdens de eerste Wereldoorlog vlucht het gezin vanuit België naar het neutrale Nederland. Vanaf zijn vijftiende werkt mijn vader in de mijnen. Dertig jaar ondergronds en later nog zes jaar bovengronds.

 

Foto 1a

 

In september 1939 wordt hij gemobiliseerd in Rotterdam, maar ingekwartierd in Maassluis. Daar leert hij mijn moeder kennen. Hij is dan 32 en zij 19. Liefde op het eerste gezicht! Ze gaat met deze knappe Huzaar mee naar Limburg. Een Hollandse vrouw in een Limburgse gemeenschap van mijnwerkers.  Zeker niet eenvoudig! Op 3 oktober 1940 treden zij in het huwelijk.

 

Foto 2

 

Ik word geboren op donderdag 2 januari 1941 te Kerkrade, als oudste in een gezin van drie kinderen. Met mijn geschreeuw hield ik de jonge moeders uit hun nachtrust. “Schon wieder das Kindlein Schupp, das wird wohl ein Sänger werden!”, zeiden de Duitse nonnen.  En ze hebben gelijk gekregen: muziek en zang zijn mijn grote passie.

 

Willem

Toeval of niet, ik ben geboren in Versiliënbosch, een stadswijk tussen Heerlen en Brunssum, aan de rand van de Brunsummer Heide, niet ver van René vandaan. Dat zit zo. Mijn vader kwam oorspronkelijk uit Drenthe. Hij wordt geboren in Emmer-Compascuum op 28 juni 1909, aan de rand van de turfvelden. In armoede, dus. Op driejarige leeftijd wordt hij half-wees, samen met zijn 2 broers en 2 zussen, omdat hun moeder overlijdt.  De kinderen worden her en der ondergebracht. Mijn vader belandt bij een bakkersgezin. Vanaf zijn negende helpt hij daar mee in de bakkerij. Als hij 16/17 jaar oud is, vertrekt hij naar Limburg. Om precies te zijn, naar Versiliënbosch. Hij komt terecht bij de mijnwerkersfamilie Pasveer en leert daar Geesje kennen, de oudste dochter des huizes. Mijn toekomstige moeder.

 

Mijn vader gaat aan de slag als mijnwerker in de Oranje Nassau 1 te Heerlen.  De vader van René werkt maar liefst 30 jaar ondergronds, mijn vader houdt het na enige jaren al voor gezien. Hij is dan 19.

 

Foto 2a

 

Op dat moment worden er soldaten gevraagd voor Nederlands-Indië, om bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, de KNIL, te dienen. In 1929 vertrekt hij naar Indonesië. Niet, nadat hij Geesje plechtig heeft beloofd met haar te trouwen als hij weer terug is.

Na zes jaar, in 1936,  keert hij terug naar Nederland. hij gaat gelijk naar Limburg, naar  zijn Geesje. Zoals beloofd, vraagt hij haar ten huwelijk. Zij trouwen en verhuizen naar Den Helder. Zij krijgen daar een woning op de Anjelierstraat, in de wijk Tuindorp. Mijn vader gaat werken op de Rijkswerf van de Koninklijke Marine, vlakbij vliegkamp De Kooy. 

De contacten in de wijk zijn meteen leuk en men helpt elkaar waar mogelijk. Moeder wordt o.a. lid van de speeltuinvereniging en heeft daar al snel vriendinnen. In 1938 wordt mijn zus Hendrika  geboren.

 

Foto 3

 

In mei 1940 breekt de oorlog uit. De Duitsers bezetten al snel de haven van Den Helder en vliegkamp De Kooy. De Engelsen bombarderen dagelijks deze plekken. Het is in die tijd echt geen pretje om in Den Helder te wonen. Mijn moeder is dan zwanger van mij. Mijn ouders vinden het daarom veiliger om naar de ouders van mijn moeder, in Versiliënbosch, te vertrekken in afwachting van mijn geboorte. En dat is maar goed ook. Eind 1940 komt er een bom in het voortuintje van m’n ouders terecht en richt veel materiële schade aan. En terwijl René, net een maand oud, zijn ouders met zijn geschreeuw uit hun nachtrust houdt, wordt ik op 21 januari 1941 geboren.

 

 

  1. Jeugd

 

Foto 4

 

René

Kerkrade en haar bevolking hebben ook veel geleden onder de oorlog. Vooral de bevrijding heeft veel schade en ellende opgeleverd. Op 25 september 1944 moeten wij gedwongen evacueren, samen met zo’n 30.000 mensen, richting Amerikaanse linies.

Onderweg worden we ineens beschoten door de Duitsers. Ik weet nog goed dat we in een greppel sprongen en dat ik de warme bescherming van m’n moeder voelde. Op 24 oktober mogen we  terug. In onze woonwijk is veel vernield. De strijd om de stad en de evacuatie heeft meer dan 300 levens gekost, waaronder die van 240 Amerikaanse soldaten.

Verder heb ik een tamelijk onbezorgde jeugd. Een week na mijn zesde verjaardag wordt mijn broertje Willy geboren. ‘De ooievaar heeft een broertje gebracht. Moeder moet nog een paar dagen in bed blijven, want de ooievaar heeft haar in de knie gebeten’, zei m’n vader.

Natuurlijk naar de Lagere School (juffrouw Savelsberg!). Leren lezen en schrijven, een hele beleving. De schoolbibliotheek met boeken als, De Bokkenrijders, Beloonde Moed, de avonturen van Arendsoog en Witte Veder, m’n abonnement op het weekblad Taptoe. Strips, zoals Sjors en Sjimmie, kapitein Rob, Eric de Noorman en Dick Bos. En naar de padvinderij, de Welpen. Wat een leuke Akela!

 

Foto 5

 

In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953, tijdens een enorme storm, breken de dijken door in Zeeland, West-Brabant en op de Zuid-Hollandse eilanden. De Watersnoodramp is een feit. Ik ben op dat moment 12 jaar en de gebeurtenis staat in m’n geheugen gegrift. Mijn ouders volgen het nieuws op de radio. We hadden tenslotte familie in Zuid-Holland. Wat ik toen nog niet wist, was dat het KCT een belangrijke rol speelde in de reddingsoperaties van het eerste uur.

In 1954 naar de Ambachtsschool. Geen succes. Op 6 januari 1955 naar de bedrijfsschool ‘Beerenbos’ van de Domaniale Mijn. In het derde jaar één dag per week ondergronds. Uiteindelijk doel: vast onder de grond als sleper.

 

Foto 6

 

Ik ben al 17 als m’n zus Tiny wordt geboren. Nog even gedacht om in de missie te gaan, maar m’n hormonen krijgen de overhand. Foto’s uit de Lach en de Piccolo van schaars geklede dames,  zijn toch interessanter dan de foto’s van Witte paters uit het missieblaadje.

 

 Foto 7

 

Mijn moeder sterft helaas veel te vroeg, na een ernstig ziekbed, in 1967, Mijn vader is vreselijk verdrietig en weet dit verlies niet te verwerken. Ik krijg nog een brief van mijn vader, vier kantjes vol, waarin hij zijn zorgen met mij deelde. Op 63-jarige leeftijd overlijdt ook hij.

 

Willem

Foto 8

Ik ben de derde in de rij kinderen. Wij gingen allemaal naar dezelfde lagere school, De Tuindorpschool.

 

Foto 9

 

Wie Den Helder zegt, zegt strand en zee. Ik heb mijn zwemdiploma in het zeebad ‘Marsdiep’ gehaald. Van hieruit werd en wordt elk jaar een zwemtocht naar Texel gehouden. Daar heb je echt een zware kluif aan. Vier km, stroming en golven. Ik deed er een paar uur over, maar er waren snelle jongens bij die binnen 40 minuten op Texel waren. Ik in ieder geval niet.

Ik ga vaak naar het strand. Daar zoek ik  naar alikruiken. Een blikje met zout water, vuurtje stoken en de zeeslakken koken. Je kookte een zilveren dubbeltje mee. Als die zwart werd,  zat er een giftige slak in en moest je alles weggooien.

 

Foto 10

 

Na mijn twaalfde ga ik naar de M.U.L.O. in Den Helder. Met 14 jaar op dansles en daar leer ik mijn vaste vrienden kennen. Die vrienden zitten allemaal op judo. En dat wil ik ook. Onze judoclub heette Dun Hong. De naam was bedacht door Dr. G.F.M. Schutte, in de judowereld beter bekend als ‘Opa’ Schutte, een van de pioniers van het Nederlandse judo en leraar van o.a.  oud-commando Jon Bluming. Op mijn 18e haal ik m’n bruine band (1e Kyu) en doe ik mee aan veel wedstrijden. Het was toen dat ik besloot me aan te melden bij de commando’s.

 

Na de MULO kan ik gelijk bij de beroemde drukkerij De Boer beginnen als leerling boekdrukker.  Op deze drukkerij werden o.a. alle boeken van Anthony van Kampen gedrukt.

Foto 11

 

Als er kermis is, zwerf ik met mijn vrienden over deze kermis. Hier maken we kennis met de catch-as-catch-can-tent en een tent waar je met een zielige beer kan vechten.

 

Foto 12

 

Natuurlijk is er ook de Rupsbaan. In de eerste twee tenten kan je geld verdienen, in de laatste zit je met een leuk grietje. Een verschrikkelijke mooie tijd was dat !

In die tijd begint de wereld een beetje te veranderen. Alles wordt vrijer en brutaler. Én m’n diensttijd komt eraan.

 

OPKOMST MILITAIRE DIENSTPLICHT  enkele kleine bijzonderheden

    strozak vullen - stalen bedden - 1ste grijs enz.

 

  1. Militaire dienst

René

 

Foto 13

 

Mijnwerkers werden vrijgesteld van militaire dienst. Echter, ik wilde het zware beroep van mijnwerker ontvluchten en meld mij aan voor militaire dienst. Op 14 juni 1960 kom ik op en wel op de Tapijnkazerne te Maastricht. ‘Vanaf nu staan jullie onder de krijgstucht en de komende maanden mogen jullie het burgerpak aan de kapstok hangen!’, aldus een sergeant. Enkele weken daarna word ik overgeplaatst naar de ‘Garde Grenadiers’ in Vught

 

Foto 14

 

In de laatste week van Vught, komen enkele officieren van het  'KCT´ langs om liefhebbers te werven. We krijgen o.a. een test op de hindernisbaan. Ik ga tot het uiterste. De wervingsofficier ziet dat waarschijnlijk en laat me nog een rondje over de hindernisbaan gaan. Uiteindelijk blijven wij in Vught met een handvol kandidaten over. Op naar Roosendaal. Op het station melden wij ons bepakt en bezakt met plunjezak, pukkel en ransel.

 

Willem  (hier de opleidingsfoto’s van Willem)

Zoals gezegd, wilde ik naar de commando’s. Bij mijn dienstkeuring heb ik drie maal opgeschreven: commando’s, commando’s, commando’s. Echter, als ik in Juni 1960 moet opkomen, kom ik in Vught terecht bij de Garde Jagers.  En als het KCT langskomt om te werven, loopt  de commando-arts, die de keuring doet, mij straal voorbij.

In plaats daarvan, word ik overgeplaatst naar de Isabella-kazerne in Den Bosch voor de opleiding tot onderofficier.

Vlak voor het einde van de opleiding word ik uitgenodigd om met 2 anderen naar Roosendaal te gaan voor de keuring, aldaar. Daar aangekomen, in ons eerste grijs natuurlijk, hebben we eerst een gesprek met kap van Dort, de latere C-KCT. En daarna doen wij onder leiding van een sergeant enkele ‘lichamelijke’ oefeningen en moeten we de stormbaan nemen ..., in ons DT! Een van ons heeft daar problemen mee en kan direct vertrekken. We bleven dus met ons tweeën over en een paar weken later, na onze promotie tot sergeant, moeten wij ons melden in Roosendaal. Ook wij met ons hele hebben en houden.

 

 

  1. Militaire dienst: KCT

Kennismaking met het tentenkamp

René

Met de drietonner van het station Roosendaal naar het tentenkamp op de Rucphense Heide. Daar zien we voor het eerst het ‘Tentenkamp’.

 

Foto 15

 

Zes tenten voor cursisten en een tent voor de kadercursisten. Verder een keukentent en een nissenhut. Voor de nissenhut was een open plek. Wassen en scheren doen we bij een aantal troggen. Toiletten? Een latrine in het open veld. Voor en om het kamp een hobbelige zandweg. De toegang tot het ‘Commandokamp’ was gemarkeerd door boomstammen. Smi Bruijnooge wacht ons op:

 

Foto 15a

 

Mijn naam is Bruijnooge. Vanaf nu heten jullie cursist. Gedurende de opleiding draag je een mutsdas en een toggle(rope). Alles gebeurt hier in de looppas. Altijd en overal. Je loopt in looppas, je eet in looppas, je doet je behoefte in looppas en je slaapt in looppas! Je geweer is altijd op de man, waar je ook gaat of staat of slaapt Ja.., het slaapt ook bij jou in bed! En waag het niet om het een keer te vergeten! Je wapen is als je vriendin, je moet er zuinig op zijn en haar zo nu en dan een goede beurt geven!’ Hebben jullie dat begrepen?! Looppas mars. Dekken! ... opstaan! ... looppas! ... dekken! ... opstaan! Al dekkend en looppassend komen we bij een bord. Daar krijgen we de opdracht om de tekst duidelijk en luid te lezen:

 

Foto 16

 

Uw voorgangers hebben dit Korps opgebouwd door hun offergeest. Overal waar ons vaandel wapperde. In Arakan - Arnhem - Nijmegen - Eindhoven - Vlissingen - Westkapelle. Op Java en Sumatra deden de commando's hun uiterste plicht.
VERGEET DAT NOOIT
.”

 

Daarna naar onze tent. Aan weerskanten acht veldbedden met daartussen een smalle doorloop. Mijn bed is het derde van rechts als je binnenkomt. Er hangt een muffe bedompte geur van vocht, touw, mutsdassen, blanco, schoenpoets, geweerolie, zweet.

 

Foto 17

 

Willem

Als ik aankom in het tentenkamp moet ik in de looppas met m’n plunjezak op de nek naar de kadertent. Ik deel de tent met 4 vaandrigs, 1 officier-arts, dr. Muskes, 2 sergeants en 3 mariniers. In totaal zijn er zo’n 120 cursisten. Wij hebben naast de (kader)cursistententen ook nog een droogtent. Deze tent wordt tevens gebruikt door ds. Van de Hauw en aalmoezenier van de Vrande voor het uurtje ‘geestelijke verzorging’.  Als de een de tent gebruikt, zit de ander in het gebouw van boer Bakx. En omgekeerd. Bij boer Bakx is het gezelliger, warm en je kan daar wat lekkers kopen. Ik heb geen geloof, dus ik zit de ene week bij de Doom en de andere week bij de Aal, maar altijd bij boer Bakx! Ter hoogte van de nissenhut, staat een paal met een grote bel en daar vlak voor een grote tegel. Als je iemand van het instructiekader wilt spreken, dan moet je op die tegel gaan staan en luid en duidelijk roepen ‘cursist huppeldepup’. Wil je de opleiding verlaten, dan moet je tevens de bel luiden.

 

René

We komen in aanraking met de humor van de instructeurs.

Vooral sergeant Tauran, een tanige Ambonees en de vaste instructeur van onze tent, kan er wat van.

 

Foto 18

 

Wie heeft er een rijbewijs?’ Spontaan gaan er een aantal vingers omhoog. ‘Mooi zo, dan zijn jullie bij deze ingedeeld in de corveeploeg.’  ‘Ik breek zowat mijn nek over een boomstam die hier voor de tent ligt. Jij, jij en jij, pak je pioniersschop en ga die boomstam begraven.’ De boomstam bleek een lucifer te zijn! Een cursist vergeet zijn geweer mee te nemen als hij naar het toilet moet. ‘Zeg cursist, waar is je geweer?’ ‘Vergeten, sergeant..!’ Vervolgens krijgt hij in plaats van zijn geweer een ‘dom geweer’ te dragen, een boomstam.

Op een dag krijg ik wel een tiental ansichtkaarten van verschillende meisjes. ‘Zo Casanova, druk je maar net zoveel op als het aantal ansichtkaarten... en misschien nog wat meer ook’. De kaarten blijken  achteraf afkomstig van een wijkgenoot van mij uit Kerkrade.

 

Willem

Ja, die Tauran kon er wat van. Hij ligt vaak in de clinch met de mariniers, die natuurlijk beroeps zijn. Vooral de korporaals.  Die spreken een aardig woordje Maleis, net als Tauran. Zij noemen hem ‘Piet Poeroet’, wat zoiets betekent als ‘citroengras’ of ‘limoen’.(?) Doordat ik uit Den Helder kom kan ik redelijk veel Maleis en marine-uitdrukkingen. Ik kon het dus aardig volgen!

Het is bekend, maar ik vertel het toch maar. Iedere ochtend om 06.00 uur reveille. Aantreden in sportkleding en beginnen met een lekker veldloopje om wakker te worden. Ik vind het heerlijk. Lekker je conditie op peil brengen. Anderen vinden het toch wel wat minder of niet René?

 

René

Inderdaad. Op een morgen heb ik geen zin in de veldloop. Net gestart of ik duik met nog twee anderen de bosjes in. Via het struikgewas naar de achterkant van onze tent. Tot onze grote verbazing en schrik staat daar smi Bruijnooge ons op te wachten! Eerst een flinke uitbrander en daarna de vraag naar de reden waarom we niet aan het rennen zijn? ‘Ik ben zo misselijk, majoor...’, zegt de een. ‘Ik heb echt pijn aan m’n voeten’, zegt de ander. Bruijnooge: ‘Dan hadden jullie naar de hospik moeten gaan!’ Ik weet zo snel geen smoes te verzinnen en antwoord: ‘Ik heb geen excuus.., ik had er gewoon de balen van!’ Tot m’n stomme verbazing zegt Bruijnooge ‘Dat antwoord kan ik waarderen, cursist. Jij mag de loop vandaag overslaan’. Jullie beginnen alsnog aan die bosloop!’ Kijk, zo was hij natuurlijk ook.

 

Willem

Als kader krijgen wij iets vaker dan de andere cursisten een extra ‘opdracht’. Meestal ’s nachts. Zo moeten we op een nacht twee telefoonpalen, door de instructeurs ‘raketten’ genoemd, verplaatsen. ‘Die raketten mogen tijdens de verplaatsing absoluut de grond niet raken’, aldus de sergeant. De verplaatsing gaat van het tentenkamp naar de stormbaan, die met ‘raketten’ en al wordt genomen en daarna  weer terug naar het tentenkamp.

 

Orde en netheid (Foto vaandrig Starrenburg)

René

Vanaf het eerste uur worden normen en waarden bijgebracht. Er is een hoge standaard van properheid van de man en zijn uitrusting. Kort gezegd, de cursist is verplicht om elk moment dat hij niet actief met een opdracht bezig is, op te vullen met onderhoud. Onderhoud met een hoofdletter 'O'. Even niets te doen? Onderhoud! Een moment van vrijheid? Onderhoud!

 

Foto 18a

 

Willem

Vooral het wapen. Te allen tijde is deze kompaan, deze ‘vriendin’, schoon, vrijgemaakt van stof en zand, licht in de olie - zeker niet teveel, 'het is geen oliespuit!' Nee, het wapen rust onder een filmpje van onaantastbaarheid, geen smetje op zijn blazoen! Geen onregelmatigheid krijgt een kans! Geen 'ding' dat tijdens een ECO zo wordt gekoesterd als het wapen.

 

René

Daarom kan je aan het wapen ook nooit aflezen hoe zwaar het tentenkamp is. Dat er wordt afgezien. En dan natuurlijk ook je zakmes, het bestek, de hangriemen, het koper, wat niet meer - als cursist ga je in het Tentenkamp heel anders tegen je PSU aankijken.

 

Foto 19

 

Willem

Én het ‘Wolletje’! Het wolletje – drie opgevouwen dekens – moet precies 40x40 cm zijn . Zo niet, dan wordt het bij de inspectie uit elkaar gehaald en kan je weer helemaal opnieuw beginnen. Het extra paar schoenen staat gepoetst onder het veldbed. Er wordt veel geblancoëd en koper gepoetst. Op ieder moment van de dag , maar ook ’s nachts worden er inspecties gehouden. Vooral de inspecties, vlak voor het weekendverlof zijn  zeer uitgebreid.

 

René

De ene week gaan we van vrijdagavond tot zondagavond op verlof. Uiterste tijd binnen 24.00 uur.
De andere week van zaterdagmorgen tot maandagmorgen; uiterste tijd binnen 12.00 uur.

 

De instructeur

 

Foto 20

 

René

Instructeurs zien alles. Regelmatig nemen ze ons te grazen. Er is steeds een reden aanwezig om een zogeheten ‘opvoedkundige maatregel’ toe te passen. Steeds weer zijn ze in staat om onze motivatie verder te stimuleren.

 

Willem

Daarnaast moet de instructeur verborgen kwaliteiten kunnen ‘zien’ bij de cursist. Hij moet het geduld hebben om nauwkeurig te observeren. Onze smi Bruijnooge kon dit als de beste.

 

René

De instructeur moet per definitie altijd een voorbeeld zijn voor de cursist. Meestal is het instructieteam geen eenheidsworst. Variatie in de ploeg is ook belangrijk.

 

Willem

Zo was dat ook bij ons. Die Tauran was een driftig mannetje en Jan Bockhove ook. Plant en Lambrechts waren wat rustiger. Ze hadden wel dezelfde strenge, maar eerlijke aanpak alleen de toon was anders. Iedere cursist heeft zo ‘zijn moment’, waarop hij ‘in gesprek’ komt met een instructeur. Het is een regime dat de groepsvorming onder de cursisten versnelt. Groepsvorming is belangrijk want alleen kan je het nooit halen. Je moet het samen doen. Een harde regel bij het KCT.

 

Foto  21

 

De kazerne

René

Een keer in de week naar de kazerne. Niet met een voertuig, maar lopend..., natuurlijk! En als het even kan, in een speedmars met volle bepakking. Klimtoren,  hindernisbaan ‘Hollandia’ en/of ongewapend gevecht zijn dan de ‘bezigheden’.

 

Willem.

Klimmen, springen en kruipen. Het liefst door de modder, want dat zien die instructeurs graag. En dan op het einde die vervelende Chinese Muur en varkenskotjes!

De klimtoren is meer een ‘actieve’ rust, zoals de instructeurs het noemden.

 

Foto 22

 

René

Aan een zijde op 16 meter hoogte, een klein platform. Vanaf hier een strak touw schuin omlaag naar de grond gespannen. Lekker naar beneden togglen. Of de zogenaamde ‘Dodenrit’ oefenen. Voorwaarts, achterwaarts en soms ook met z’n tweeën of drieën. Een vangnet is niet nodig, want evenwijdig aan het touw ligt een sloot eronder.

 

Willem

Bij het ongewapend gevecht is het boksen, een beetje judo en straatvechten. Boksen ligt mij niet zo. Ik ben judoka, zoals gezegd. Daarom mag ik me meer met het valbreken en de verdedigingsgrepen bemoeien, zoals een verdediging bij een mesaanval. De vent onschadelijk maken, zo snel mogelijk.

 

Wagenspringen

 

Foto 23

 

René

En dan het wagenspringen. Springen vanuit een rijdende 3-tonner. Een van de eerste keren gaan we met de 3-tonner terug naar het tentenkamp. Dat is al verdacht, natuurlijk. Ineens horen we sgt Tauran iets in het Maleis tegen de chauffeur zeggen. Die matigt z’n snelheid tot 30 km. per uur en Tauran, breedgrijnzend, geeft het bevel: ‘Ready..? Go, go, go!’ Eng? Ik werd automatisch meegezogen in het systeem. Enerzijds een raar gevoel van binnen, anderzijds ook wel weer lekker ruig.

 

Willem

Je moet niet springen, maar je gewoon voorover laten vallen. Benen gespreid en geweer naar voren houden in beide handen en meteen wegrollen naar de zijkant. Voorbijgangers die het zien gebeuren, zijn stomverbaasd en tikken tegen hun voorhoofd.

 

De weekenden

 

Foto 24

 

René

Het weekend thuis is een welkome afwisseling. Al is het reizen een langdurige  aangelegenheid. Want veel overstappen. Breda, Eindhoven, Sittard en Heerlen. Urenlang dus onderweg. Je valt al snel in slaap in de trein, dus oppassen dat je je overstap niet mist!

 

Willem

Mijn reis naar Den Helder is te lang om naar huis te gaan. Twee keer heb ik dat gedaan. De andere weken blijf ik gewoon in Roosendaal. Er zijn meer jongens, die overblijven. Soms op het tentenkamp, maar meestal kunnen we het weekend doorbrengen op de kazerne. Stappen is er niet bij. Wel je rust pakken.

 

Saamhorigheid (Foto)

René

Gaandeweg de weken vallen mannen af. De weken zijn afgeladen vol en als cursist ben je onbekend met het programma. De band tussen de jongens die overblijven wordt steeds intenser. Er ontstaat een grote collectieve verbondenheid en saamhorigheid.

 

Willem

Je wordt een hechte groep. Niet alleen onder het cursistenkader groeit de kameraadschap, maar ook met de rest van de cursisten wordt de binding steeds sterker.  Als iemand het moeilijk heeft, wordt hij direct door de anderen ondersteund.

We krijgen een rotsvast geloof in eigen kunnen en onze gedrevenheid en volharding kent geen grenzen. Het alom overheersend gevoel is: we kunnen het!

 

Limburgweek

 

Foto 25

 

René

Week 7. Het is vroeg in de ochtend. We worden wakker getrommeld. ‘Gereedmaken voor vertrek. Volle bepakking en na de inspectie instappen in de 3-tonners!’. Met halfdichte ogen van de slaap stappen we in, richting Limburg. Onderweg vertel ik m’n tentgenoten nog hoe mooi Limburg wel is. Het regent dat het giet. Als we eindelijk mogen uitstappen, staan we tot over onze enkels in de modder.

 

Willem

We beginnen meteen met een individuele kaartleesoefening. Het terrein is heuvelachtig en dat maakt de oefening pittig. Doodmoe en drijfnat kom ik bij het verzamelpunt aan, een schietbaan op een militair oefenterrein, tussen Amby en Gulpen. Daar krijgen we koffie en daarna tent opzetten en rust.

 

René

De regen tikt nog steeds met regelmaat tegen het tentzeil als het commando ‘aantreden’ klinkt. ‘We lopen zo dadelijk een terreinmars. Blijf goed achter elkaar en zo dicht mogelijk bij elkaar lopen. Ik heb geen zin om onderweg iemand kwijt te raken! Ja, volgen!

 

Willem

Daar gaan we, de donkere nacht in. Door modderige velden, dwars door weilanden. Springend over slootjes, dwars door heggen, dwars door bossen, waar terugspringende takken je gezicht openhalen. Drijfnat. Het prikkeldraad als grote boosdoener Het duurt allemaal ontzettend lang. Links en rechts wordt heel wat gevloekt.

 

Foto 26

René

Maar ook hier komt een eind aan. En na een korte rust en wat ontbijt krijgen we een geïmproviseerde touwbaan voor onze kiezen, bij een dorpscafé in Bemelen, beter bekend als’ Het Theehuisje over de Geul’. Het is zwaar en de toggle komt regelmatig goed van pas. Aan de overkant van de Geul staat aalmoezenier Van de Vrande ons op te wachten.

 

Willem

Met een morele opkikker in de vorm van een fles cognac! Met toestemming van de instructeurs – ‘U vindt het toch wel goed dat de maten een slok koude thee drinken?!’ – krijgen we allemaal een slokje cognac. Daarna spreekt hij ons bemoedigend toe en vertelt ons over zijn eigen commando-opleiding die hij als 42-jarige heeft ondergaan.

 

Foto 27

 

René

Daarna snel een oventje graven en koken. Na het koken moeten we onze tenten opzetten. Dan: “Aantreden!” “We gaan een eindje rijden. Instijgen!” Tot onze grote verbazing stoppen we bij een café, de Geulhemmermolen genaamd, beter bekend onder de naam ‘Moeke’. Binnen enkele minuten is er een geweldige stemming!

Pech!

Willem

Op de laatste dag van de Limburgweek verzwik ik mijn voet tijdens een 10 km veldloop. In de4 ziekenboeg wordt er een scheurtje in een middenvoetsbeentje geconstateerd. Einde oefening voor mij. Een week later juich ik m’n maten toe bij hun binnenkomst. Ik mag mijn laatste week, de afmatting, lopen met Liplg 61-1, twee maanden later. 

 

Afmatting

 

Foto 28

 

René

De laatste week van het tentenkamp, in het jargon van het KCT ‘De Afmatting’. In deze week wordt al hetgeen de cursist heeft geleerd in een tactische eindoefening in de praktijk gebracht. De afmatting begint op zondagnacht om 00.00 uur en eindigt op vrijdagochtend om 08.15 uur. Deze week is geestelijk en lichamelijk een overtreffende trap van de voorgaande weken. We worden vijf dagen en nachten bezig gehouden. Lopen, veel lopen afgewisseld met perioden van ‘actieve’ rust, waarin we geïmproviseerde hindernis- en touwbanen moeten nemen. Speedmarsen en terreinmarsen staan ook op het programma. Weinig, heel weinig slaap. Een uur slaap op een etmaal is geen uitzondering. Slapend wandelen of wandelend slapen, komt regelmatig voor. De tokkel van de cursist biedt ook hier uitkomst.

 

Foto 29

 

Willem

Zoals gezegd, mocht ik de Afmatting lopen met Liplg 61-1. Ik heb ondertussen als blanco-baret de Vervolgopleiding gevolgd. Toch ben ik in conditie behoorlijk achteruit gegaan. Mijn Afmatting begint in Vaals. En ik heb het erg zwaar gehad. Veel kan ik me dan ook niet herinneren, op een paar zaken na. Mijn voeten waren helemaal opgezet.  Normaal heb ik maat 44. Echter, de volgende ochtend kom niet meer in mijn schoenen!?

Goede raad is duur. Een luitenant marinier heeft schoenmaat 46 en is gelijk bereid mij zijn reserve schoenen te lenen. Hierop heb ik de rest van de afmattingsdagen kunnen volbrengen.

 

Foto 31

 

Vrijdagnacht, om 04.00 uur, Eindelijk  bereiken we het tentenkamp. Even rust en onderhoud en daarna de laatste vijf kilometer naar de kazerne. Daar staan de ouders en bekenden. 70 mannen van de 112 zijn overgebleven.  Wij lopen vol trots en met luid gejuich van de omstanders onder de poort door de appelplaats op. Ik voelde geen pijn meer in mijn voeten. Daar worden we afgemeld bij C-KCT. En terwijl de ouders een programma krijgen voorgeschoteld, gaan wij ons opfrissen en een maaltijd gebruiken. Als ik in de spiegel kijk, schrik ik ervan hoe ik eruit zie.

 

Baretuitreiking

Willem

 

Foto 32

 

‘De groene baret wordt aan jullie verstrekt ten teken van bekwaamheid. Vergeet echter een ding niet. Jullie zijn er nog niet. Dit is pas het begin!’. Overste de Koning spreekt ons toe. Ik hoor zijn woorden, maar ik ben toch meer bij die groene baret die nu op mijn hoofd staat.

 

Paraat

 

Foto 33

 

René

De overste heeft gelijk: ‘Jullie zijn er nog niet. Dit is pas het begin!’. Eerst de  ontgroening. Met letters op onze borst geverfd: Fillers van 1960-3. Na de ontgroening hoor je pas echt bij het Korps. De voortgezette opleiding is pittig. In groepsverband, maar ook individueel. Naast onze dagelijkse routine; sport, exercitie, kaartlezen, speedmarsen, schieten, ongewapend vechten, zijn er de nodige oefeningen. Bruggen en raketbases worden fictief vernietigd. Maar ook het beveiligen van een aantal objecten. En we lopen ook nog even de 4-Daagse van Nijmegen.

 

Foto 33a

 

Willem

Tijdens de oefeningen overdag in schuilbivak en in de nacht infiltreren naar bepaalde doelen. De inlichtingendienst ligt de commandogroepen behoorlijk dwars. Een en ander gaat er nogal ruw aan toe; gevangenen worden behoorlijk aan de tand gevoeld.

 

Foto 33c

 

René

Op een dag stuiven wij met onze landingsboot op het strand af. Een mooi meisje in een blauwe bikini ligt aan de vloedlijn. Wij schreeuwend het strand op. ‘Dekken..., dekken!, schreeuwt de instructeur. Ik laat me pal naast dat mooie meisje plat in het zand vallen. ‘Laat je niet afleiden door een of andere bikini!’, de instructeur. Het bikinimeisje staat op en verwijdert zich een tiental meters. Nationaal gezind is ze wel: rood gezicht, witte huid, blauwe bikini!

 

  1. De Koude Oorlog

 

Foto 33b

 

Willem

In onze tijd drukt de ‘Koude Oorlog’ een zware stempel op de nationale en internationale politiek en op de taak en samenstelling van de krijgsmacht. MHVOHO blz. 62

 

René

Op zondag 13 augustus 1961 sluiten de Oost-Duitse autoriteiten de grensovergangen in Berlijn en beginnen met de bouw van de Muur. MHVOHO, Blz. 83  

 

Foto 34

 

René

De hele wereld lijkt op z’n kop te staan. De russen komen eraan en nog veel ergere dingen worden verteld. Halsoverkop worden twee Cotrcien 104 en 105 bevoorraad en naar Duitsland gedirigeerd. Naar Bergen-Hohne. Daar komen we onder bevel te staan van de 121 Lichte Brigade, met als commandant Kolonel Bartels. Bij aankomst bezoeken we het voormalig concentratiekamp Bergen-Belsen. Zeer indrukwekkend . MHVOHO, Blz. 81  

 

Willem

De commando's hebben als taak de beveiliging van de bruggen bij Bremen, Üsen en Verden. Daarnaast is het KCT inzetbaar voor offensieve  acties aan de oostzijde van de Weser. Dit betekende onder meer nachtelijke verplaatsingen over de Weser en infiltraties in het (verondersteld) vijandelijk gebied. MHVOHO blz. 87

 

René
Bergen-Hohne. Een immens grote legerplaats; groot aantal gebouwen, exercitieterreinen, sportvelden, bioscoop en internationale kantine. Elk gebouw heeft een vaste aanduiding; de commando worden in een tweetal gebouwen gestationeerd..Compagnieën worden in een drietal gebouwen gestationeerd.

 

Foto 35

 

Foto 35a

 

Willem

Gebouw MB51 wordt het onderkomen van de 104 Cotrcie. Er staat geen meubilair op de kamers en onze plunjezak is onze kast. We slapen in stapelbedden.  

 

René

Zowel de huzaren als de commando's oefenen veelvuldig. De huzaren zijn dan dan vaak onze oefenvijand en andersom.

 

Willem

Tijdens een van deze oefeningen moeten we lopend en ongezien infiltreren in vijandelijk gebied. 's Nachts dus. Wij zijn blij als eindelijk ons bivak kunnen betrekken. Vanuit dit basiskamp worden commando-acties ondernomen. Zo overvallen we een tankbemanning en nemen de, inclusief tank, gevangen.

 

René

Natuurlijk maken de huzaren ons ook wel eens krijgsgevangen, niet Willem?

 

Foto 40

 

Willem

Inderdaad, het overkomt me midden in de winter. We doen een infiltratieoefening bij het verkenningsbataljon. Een complete ramp.  Er ligt een dik pak sneeuw en wij kunnen onze sporen niet verbergen. Als  we rillend van de natte kou in een bosje bivak maken en in onze slaapzakken liggen, worden we door de huzaren overvallen.

 

René

Daarnaast hebben we ook zo onze eigen oefeningen. Op een avond worden we ergens op de Lünenburgerheide gedropt. De opdracht is ‘simpel’. Op eigen gelegenheid terugkomen naar het Kanton Hohne. De sergeant van dienst stapt in de truck rijdt weg. Daar staan we dan. Geen kaart, geen verlichting. Geen ster te zien. Stikdonker.  We doorkruisen een drassig gebied met zuigende modder en moeten (bijna) wilde zwijnen van ons afslaan. Uiteindelijk bereiken we de ‘bewoonde wereld’,  een bouwkeet met Duitse arbeiders. Ze leggen ons uit hoe we het beste kunnen lopen. Na een biertje en een sigaretje gaan we op pad en tegen het ochtendgloren bereiken we de kazerne. Daar kunnen we meteen het dagprogramma gaan volgen.

 

Willem

Nog even de volgende anekdote.

 

Foto 41a

 

Liggend in dekking op een heuvel, hebben we zicht op de oefenvijand en een paar jeeps met een witte vlag in de standaard: hoge officieren, die als scheidsrechter aanwezig zijn. We krijgen het bevel om een mortiergranaat af te schieten op de vijand. Jan Kroon is specialist op de mortierpijp. Die mortiergranaten zijn eigenlijk lichtkogels met een parachute. Deze parachutes worden van de granaat gesloopt. Dit heeft tot gevolg dat het echt projectielen zijn geworden. Jan zijn projectiel komt terecht op de motorkap van een jeep van een van die scheidsrechters. De radio brult het eruit: "Die klote commando’s moeten direct vertrekken."

 

René

Ook moeten we regelmatig moeten we aan de bak om ons te bewijzen. Bijvoorbeeld het uitschakelen van een mitrailleurstelling. Deze stelling is uitsluitend bereikbaar via open terrein van tientallen meters en ook nog omzoomd mat diverse prikkeldraadversperringen. Terwijl de stelling aan de flanken en vanuit het centrum van onze opstelling hevig onder vuur wordt genomen, kruipen mijn buddy Arie van der ham en ik met een springleiding van drie meter richting de prikkeldraadversperring. We koppelen de springlading aan elkaar, rollen het slagsnoer uit en verbinden dat met de accu. Met een enorme explosie wordt een bres geslagen. Commando’s met leren vesten laten zich op de draadversperringen vallen en vormen zo een loopbrug over de hindernis. Door een massale aanval van drie zijden wordt de mitrailleuropstelling snel en adequaat opgeruimd. MHVOHO, blz. 95

 

Foto 35b

Willem

Sportief komen we ook aan onze trekken.  Commandant Bartels schrijft een sportdag uit voor het Nederlandse detachement. Op alle elementen zijn wij heer en meester en dat vindt onze kolonel niet leuk. Zelfs met voetbal kunnen de huzaren niet winnen, ondanks dat zij een paar semi-profs in hun elftal hadden. Wij zijn gewoon te snel en te fit voor hen.  MHVOHO, blz. 93

 

Foto 36

Natuurlijk is er ook ontspanning. De recreatie vindt voornamelijk plaats op de woensdag-, zaterdag- en zondagavond. Bioscoopbezoek of leeszaal; maar ook de internationale kantine geniet ruime belangstelling. 

 

Foto 37

In de kelder van ons gebouw hebben we een barretje gebouwd, ‘Het Schuilbivak’. Je koopt voor de toenmalige Duitse geldeenheid voor 40 Pfenning al een rum cola of een pakje sigaretten. Lucky Strike, Camel en Chesterfield worden dan ook ruim ingekocht; om deze met ruime winst in omliggende dorpen door te verkopen.

 

Foto 37a

 

René

Zaterdag- en zondagavond mogen wij passagieren in omliggende steden, Hannover, Celle of Nienburg. Vanwege de verhoogde paraatheid, de ene helft op zaterdag en de andere helft op zondag. Legertrucks halen ons weer op. Tot middernacht zijn we in de gelegenheid om te stappen. Uiteraard worden we uitdrukkelijk gewezen op discipline maar ook gewaarschuwd voor de dames van lichte zeden.

 

Willem
In het danslokaal in Bergen-Belsen leer ik tijdens mijn 2e uitzending een leuk meisje kennen, ELKE. Enige tijd later spreek ik op een zondagmiddag met haar af om naar de kazerne te gaan. Ik neem haar mee naar ons ‘Schuilbivak’, de kelderbar. Met Elke dragend in m’n armen loop ik de trap af. Halverwege komen we CC kap Siers tegen. Groeten met die schoonheid in m’n armen gaat natuurlijk moeilijk, maar ik maak wel halt en front. Grijnzend groet de kapitein ons en loopt verder. Wij hebben nog heel wat gezellige uurtjes gehad, daar in die bar!

 

Foto 38

 

René

Nienburg is ook een stad waar we uitgaan. Tijdens een bezoek aan die stad, zit ik met enkele anderen in een gezellige bruine kroeg. Via de jukebox heb ik enkele platen gekozen van ´Rudolf Schock´ en ´Rudi Schuricke’. Enthousiast zing ik de mij bekende teksten mee. Er worden enkele rondjes aangeboden door een vriendelijke heer. Als ik later een bardame vraag wie die vriendelijke heer nu eigenlijk was, krijg ik als antwoord dat het de dirigent betrof van ´Nienburger Gesangsverrein.´

 

Foto 38b

 

Willem

Ik ga in die tijd het liefst in Celle stappen. Je hebt daar leuke bars en ook striptease dancings.  De nachtclub “Die Drei Affen”  (horen zien en zwijgen) was favoriet onder de maten! Wel duur voor een arme soldaat. Mijn soldij in die tijd is ongeveer fl. 1,25 per dag.

 

René

Inderdaad, een topsalaris. Celle is inderdaad gezellig. Wel maken we mee dat we in een Gaststätte worden aangezien als Engelse soldaten. ‘Aan Engelse soldaten wordt niet geserveerd’, wordt ons verteld.  Het misverstand wordt snel uit de wereld geholpen en even later zitten we aan heerlijk gebakken aardappelen met Bratwurst! Nog even kort een leuke ervaring, ontmoeting of hoe je het ook wilt noemen.

"Schöne Rücken können Augen entzücken." Ze draait zich om en ik kijk in de mooiste ogen die ik tot dat moment ooit gezien had. Lachend kijkt ze me aan en wijzend naar mijn snor in wording: "Aber ein Schnurrbart kann auch entzücken." Ruim een jaar lang heb ik met Helga gecorrespondeerd.

 

Willem

Het volgende mag hier niet ontbreken. Eind mei 1962 loopt de voorlaatste roulatie van de 104 van de Duitse grens bij Denekamp naar de basis in Hohne. 250 lange kilometers. De sfeer is goed en ontspannen. Dan, in de vroege ochtend van 4 juni, rijdt een dronken automobilist in op het 2e peloton. Drie doden en 15 gewonden als gevolg.  Meer dan 25 jaar heeft een gedenksteen de plaats gemarkeerd. Een aantal jaren geleden is de verwaarloosde gedenksteen van Steimbke naar Roosendaal gehaald. In 2006 werd de gerestaureerde steen onthuld tijdens een plechtigheid waarbij familie en leden van de 104 Commando Compagnie aanwezig waren.

 

  1. Afzwaaien

Foto 42

 

René

Op 5 december 1961 sta ik peinzend sta ik voor het raam van de slaapkamer naar buiten te turen. Ik ben inmiddels korporaal en plaatsvervangend groepscommandant. Over enkele weken zal mijn diensttijd er op zitten. Ik heb geen zin om terug te gaan naar het ongezonde en gevaarlijke werk in de mijn. Ik overweeg om beroepsmilitair te worden en als zodanig naar de Kaderschool te gaan. Tijdens deze mijmeringen stormt een dienstplichtig sergeant de kamer binnen en schreeuwt: ´Aantreden….aantreden…!´ Kennelijk ben ik niet snel genoeg. Met een opgeblazen gezicht gaat de sergeant pal voor mijn neus staan en snauwt: ´Heb je watjes in de oren …!´ Ik veeg zijn speeksel uit mijn ogen en grijp hem bij de kraag. Met volle kracht duw ik hem tegen een deur. Fout, dus. Even later staat ons peloton buiten aangetreden voor afmars naar de eetzaal. Voor het front spreekt de sergeant mij toe: ‘Zand erover als je excuses aanbiedt.’ Met enige tegenzin, voldoe ik aan zijn verzoek. Groot is mijn verbazing als ik me even later toch moet melden bij de Officier van Piket. Ik ben alsnog door de sergeant gerapporteerd. Drie dagen eenzame opsluiting en degradatie tot soldaat is het gevolg. Mijn droom om beroeps te worden ligt aan diggelen. Jaren later op een reünie hebben we het samen besproken en uitgepraat.

 

Willem

 

Foto 43

 

In maart 1962 zit ook mijn dienstplicht er op. Vanuit Duitsland met de drietonner terug naar Roosendaal. Sigaren, sigaretten en drank voor het ‘afzwaaifeest’ ingeslagen. De drank hebben we in een paar jerrycans van de drietonner gedaan. De controle bij de grens valt mee. Echter even over de grens, bij Denekamp, stopt de colonne. Een tafel met twee stoelen worden langs de kant van de weg klaar gezet. Daarachter een administrateur en zijn schrijver. Ter plekke PSU-controle. ‘Jullie tijd zit erop, mannen. Jullie krijgen een treinkaartje en worden afgezet op het station Almelo. Bedankt voor jullie inzet voor het vaderland’. Niks geen feest.

 

Foto 44

 

René

Iedere commando kent 'The Ballad of the Green Berets' / ‘Ballade van de Groene Baret’. Deze ballade is een hommage aan hen die dienen of hebben gediend bij het KCT. Bij iedere binnenkomst van een geslaagde ECO wordt hij voor de gelukkigen ten gehore gebracht. Ruim dertig jaar geleden heb ik tijdens een bijeenkomt met commando’s van het eerste uur spontaan en ter plaatse een alternatieve versie geschreven. Niet bedoeld om de originele versie te verdringen, maar om het een en ander in het licht van herkenning te plaatsen.

 

BALLADE

Schotland was de bakermat; vechten, lopen, afgemat.
Door de lucht en overzee; namen zij de wapens mee.
Commando's van het eerste uur; zagen hel en vagevuur.
Zij aan zij en hand in hand; strijden voor het vaderland.
Stormschool was in Bloemendaal; tentenkamp in Roosendaal.

Vriendschap, moed en offergeest; typeert hen het allermeest.
Onze vlag, Rood, Wit en Blauw; Groene Baret, voor eeuwig trouw.
Wil men zijn voor altijd vrij; mensenleed en rij aan rij.
Wordt de mensheid ooit nog wijs; strijden zij tot elke prijs.
Het geweld blijft steeds bestaan; zal het ooit nog overgaan?

 

  1. Dienstplicht - ‘Will ye not come back again’.

 

Foto 45

 

Willem

Tot slot. Ons verhaal ging over twee dienstplichtige jongemannen die in 1960 hun dienstplicht moesten gaan vervullen bij de landmacht. Een Limburger uit Kerkrade en een Noord-Hollander uit Den Helder. Wij hebben het aangedurfd om voor het avontuur en de sportieve uitdaging te gaan: het KCT. En daar hebben we nooit spijt van gehad!

 

NUNC AUT NUNQUAM