2.TENTENKAMP

Beschrijving van gebeurtenissen zijn enigszins chronologisch. Geen dagboek; maar aantekeningen uit het verleden zijn  gebruikt als ondersteuning. In 'mijn tijd´ duurde die 8 weken. En voor wie het einde haalde wachtte de ‘Groene Baret.’ De ECO begon voor ons toen wij het tentenkamp betraden en daar het tokkeltouw en mutsdas uitgereikt kregen. De mutsdas op een speciale manier gevouwen en opgerold, zou de komende tijd ons hoofd gaan tooien. De toggle; een stuk touw van 1.80 meter lengte. Aan een zijde een lus en aan de andere zijde een houten klos. Onschatbare diensten zou deze toggle aan ons bewijzen.

AANKOMST ROOSENDAAL
Bepakt en bezakt met plunjezak, pukkel en ransel. Op het station Roosendaal stonden enkele onderofficieren die mij naar een legertruck verwezen. Enkele cursisten waren reeds gearriveerd en hadden plaats genomen. Ik stelde mij aan hen voor en wachtte de verdere gebeurtenissen af. Even later liep weer een trein binnen waarna de drietonner vol raakte. Hierna vertrek naar het tentenkamp op de Rucphense Heide. Het tentenkamp was ongeveer zeven kilometer verwijderd van de Kazerne in Roosendaal.

Het kamp bestond uit zes cursistententen en een tent voor kadercursisten. Verder was er een keukentent en een nissenhut. Voor de nissenhut was een open plek, waar vele activiteiten zouden plaats vinden. Wassen en scheren bij een aantal zinken troggen. Toiletten; een latrine in open veld. Voor en om het kamp een hobbelige zandweg. Verder werd het kamp aan het oog onttrokken door omliggend struikgewas. De toegang tot het 'Commando Kamp' was gemarkeerd met boomstammen.

ONTVANGST
Bij het tentenkamp stond een sergeant-majoor ons op te wachtten. Vriendelijk en beminnelijk sprak hij ons toe: "Mijn naam is Bruijnooge. Vanaf nu zijn jullie cursist. Gedurende de opleiding worden mutsdassen gedragen. Alles zal hier in looppas dienen te gebeuren. Het geweer dien je altijd bij je te hebben, waar je ook gaat of staat. Hebben jullie dit begrepen?"

LOOPPAS
Wij bevestigden dit, waarna hij ons vertelde in welke tent en bij welke vaste instructeur wij werden ingedeeld. Na deze indeling namen wij onze plunjezak, pukkel en ransel op om ons naar de zojuist ingedeelde tent te begeven.  Echter ver kwamen wij niet.......zodra we de slagboom waren gepasseerd, verdween de vriendelijkheid van de sergeant-majoor als sneeuw voor de zon. Hij schreeuwde en tierde: "Ik dacht dat jullie mij begrepen hadden. Looppas... Dekken... Opstaan... Looppas........!"

VERGEET DAT NOOIT
Terwijl wij een bord met tekst naderde riep hij ons een halt toe. Wij kregen opdracht om deze tekst luid te lezen. Het was echter niet luid genoeg; nog een keer met de klemtoon vooral op de laatste zin: ‘Uw voorgangers hebben dit Korps opgebouwd door hun offergeest. Overal waar ons vaandel wapperde. In Arakan - Arnhem - Nijmegen - Eindhoven - Vlissingen - Westkapelle. Op Java en Sumatra deden de commando's hun uiterste plicht. VERGEET DAT NOOIT.’

OBSERVATIE
Hierna konden wij ons naar de zojuist ingedeelde tent begeven, waarbij vooral de looppas niet werd vergeten. Puffend door de zware plunjezak kwam ik in tent één aan. Een van de cursisten merkte op: "Jonge, jonge, wat een bullebak." Om het een en ander in mij op te nemen nam ik plaats op een van de veldbedden. Het was een 16 persoonstent; aan weerszijden van een smalle doorloop bevonden zich acht veldbedden. Bij binnenkomst van de tent zat ik aan de rechterzijde op het derde veldbed. Er hing een muffe bedompte geur.

BOOMSTAM
Nauwelijks gezeten kwam brullend en tierend een instructeur binnen. Alras bleek dit sergeant Tauran te zijn; een tanig Ambonees voormalig KNIL strijder. Met trillende snorharen riep hij: "Wat een troep, wat een troep hier. Ik breek zowat mijn nek over een boomstam die hier voor de tent ligt. Hier krijgen jullie geen tijd om te zitten. Jij, jij en jij, pak je pioniersschep en ga die boomstam begraven!" De boomstam......bleek een lucifer te zijn.

TENTOUDSTE
Elke tent had een vaste instructeur voor speciale behandelingen. Reveille om 06.00 uur; sergeant Tauran kwam op gebruikelijk wijze de tent binnen. "Opstaan... opstaan... luilakken... opstaan!" Ko Remmerzwaal; een sympathieke tentgenoot uit de Zaanstreek werd aangewezen als tent oudste en als zodanig verantwoordelijk gesteld voor onze handelingen. Ondanks onze steun aan hem, hoorden wij sergeant Tauran vaak schreeuwen: "Remmerzwaal......Remmerzwaal!"

GOUDHAANTJE 
In onze tent was eveneens een knaap ingedeeld die samen met mij vanuit Vught was geselecteerd. Het was een tanige knaap en overal haantje de voorste. De straatnaampjes 'commando' had hij al reeds op zijn uniform gestikt. Hij was meer met eigen belang bezig dan met teamwork. De eerste week na aankomst moest hij al vertrekken.

ORDE EN NETHEID 
Normen en waarden; bijgebracht vanaf het eerste uur. Orde en netheid, een must. Spelregels werden ter plaatse uitgevonden; vrijwillig of daartoe aangewezen. Hoe dan ook; instructeurs hadden steeds een of andere list om je een oor aan te naaien. "Wie heeft er een rijbewijs?" Spontaan gingen een aantal vingers in de lucht. "Mooi zo, dan zijn jullie bij deze ingedeeld in de corveeploeg.”

OPDRUKKEN
Regelmatig namen ze de cursisten te grazen. Opdrukken was een favoriete straf. Het opleidingsgebeuren werd dagelijks uitgevoerd. Regelmatig werden wij over de storm- en hindernisbaan gejaagd. De klimtoren was ook een favoriete bezigheid. Het moest steeds sneller en vaker. Op ieder moment van de dag maar ook in de nacht werden inspecties gehouden. De instructeurs wisten ons wel bezig te houden.

SAAMHORIGHEID
In de ogen van de instructeurs was er steeds een reden aanwezig om een zogeheten 'opvoedkundige maatregel' toe te passen. Bij tij en ontij klonk hun geschreeuw in onze oren. Steeds weer waren ze in staat om motivaties verder te stimuleren. Fanatieke respons was dan ook niet van de lucht. Door individuele beleving ontstond collectieve verbondenheid en saamhorigheid. Drillen, het hoorde er nu eenmaal bij.

CASANOVA
Als er post werd uitgedeeld was het gebruikelijk dat men zich een aantal malen in de voorligsteun moest opdrukken. Over het opdrukken het volgende. Een wijkgenoot haalde met mij de volgende grap uit. Op een dag kreeg ik een tiental kaarten; afzender verschillende meisjesnamen. Hoeveel keer ik moest opdrukken weet ik niet meer. Kennelijk was ik in de ogen van de instructeur een grote versierder. Herinneringen met een glimlach en een knipoog. Waarvan akte.

SERVETJE
De cursisten van de derde tent stonden onder leiding van sergeant Lambrechts. Een van de cursisten kwam uit den Haag; met zijn schelle stem tergde hij de instructeur tot het uiterste. Terwijl we aten van ons rantsoen of ons eigen potje verzorgden riep Frans van Herk: "Sergeant, waar is mijn servetje….!" De instructeur kon hem wel villen; koos een slimme manier om zich af te reageren. In dit geval koos hij mij uit om met Frans een partij te stoeien. Na enig heen en weer gedraai, sloeg ik beide armen om Frans, tilde hem lichtjes op, om vervolgens samen in het zand te belanden. Echter het lukte geen van ons beiden om de ander met de rug tegen de grond te drukken. Tenslotte gaven we elkaar de hand; hadden ook niet veel zin om ons voor de kar te laten spannen.

DOM GEWEER
Alweer een nachtmars; vermoeid keerden wij terug. Een van de mede cursisten had hoge nood gekregen en wilde zich haastig naar de latrine begeven. De instructeur schreeuwde: "Zeg cursist, waar is je geweer...?" "Vergeten sergeant…!" De rest van de dag was hij de klos; opvoedkundige maatregel 'Dom Geweer', oftewel een stuk boomstam.

MOTIVATIE
Alhoewel ik goed gemotiveerd aan de opleiding was begonnen, had ik op een morgen de neiging om mij te drukken van de dagelijkse bosloop. Nauwelijks gestart dook ik de bosjes in om mij via het struikgewas naar de achterzijde van de tent te begeven. Zo met mij nog twee anderen. Tot onze ontzetting stond sergeant-majoor Bruijnooge ons reeds op te wachten. Wij kregen een flinke uitbrander en werden naar onze reden gevraagd.

Diverse uitvluchten spookten mij door het hoofd. De een merkte op: "Ik heb pijn aan mijn voeten majoor", de ander zei: "Ik ben zo misselijk majoor…!" Bruijnooge schreeuwde: "Dan hadden jullie naar de hospik moeten gaan…!" Ik koos eieren voor mijn geld en verklaarde: "Ik heb geen excuus, ik had er balen van…!" Tot mijn verbazing sprak de sergeant-majoor: "Dat antwoord kan ik waarderen. Jullie twee kunnen alsnog aan de bosloop beginnen…!" Wijzend op mij: "Bij hoge uitzondering mag jij vandaag overslaan…!"

PESTERIJEN
De stem van een instructeur kraaide: "Aantreden." Zo snel mogelijk naar buiten om maar niet te laat te komen. Edoch het was niet snel genoeg. Zo werden we weer enige tijd bezig gehouden met omkleden en aantreden. Na enige tijd moesten wij ons voor de nissenhut verzamelen. Op de open plek lagen een aantal boomstammen. In groepen werden boomstammen op de schouders getild waarna het commando volgde: "Linker schouder...rechter schouder...!" Iemand maakte een paar opmerkingen. Opvoedkundige maatregel; een kwartier praten tegen een zogeheten praatpaal. Hetgeen hij zei was zo niet belangrijk.

SCHIETMIDDAG
Schiet middag op de schietbaan bij boer Bax. Op een afstand van honderd meter werd op vijf schijven geschoten. Evenwijdig aan deze schijven was onder het maaiveld een greppel gegraven. Met vier anderen moest ik hierin plaats nemen om na de serie schoten de resultaten aan te wijzen met een lange aanwijsstok. Bij de laatste serie schoten trof ik een slechte schutter. Geen enkele inslag in de schietschijf. Ik gaf echter een goed resultaat aan, hetgeen de instructeur wel bevreemdde; bij de laatste serie was maar door vier schutters geschoten.

VUURDOOP 
Vanaf de vijfsprong tot aan het tentenkamp moesten wij tijgerend afleggen. De vuurdoop was erg realistisch. Met mitrailleurs werd op een hoogte van 60 cm over ons heen geschoten. Donderpotten die het geluid van granaatinslagen weergaven sloegen in als mentale klappen. Het lawaai was oorverdovend. Vanwege een traangasgordijn moesten wij onze gasmaskers gebruiken. De ervaring als mijnwerker benutte ik ten volle, door mij zo laag mogelijk tegen de grond te drukken. Door transpiratie waren de glazen van het gasmasker volledig beslagen. Plotseling lag ik in een grote modderpoel. Om mij te oriënteren trok ik het gasmasker af, waarbij bleek dat ik pas de helft had afgelegd. Met betraande ogen zak ik enkele instructeurs die nieuwe traangaspotten ontstaken. Zij liepen dwars door het mitrailleurvuur; toen pas besefte ik dat er geschoten werd met losse flodders.